Het woonbeleid is tot nu toe nog geen verkiezingsthema geweest. Als we naar onze maandelijkse uitgaven kijken, is dat eigenlijk volledig ten onrechte. Wie recent op zoek was naar een woning, zowel op de koop- als de huurmarkt, heeft aan den lijve mogen ondervinden dat het vinden van een betaalbare kwaliteitsvolle woning een hele opgave is. De helft van de huurders op de privémarkt kan zijn woning eigenlijk niet betalen, bericht De Morgen.

 

Uit de nieuwe Woonsurvey  van vorige week blijkt wederom dat sociale huisvesting een belangrijk instrument is om betaalbaar wonen te realiseren. Ongeveer 23% van de sociale huurders geeft meer dan 30% van hun beschikbaar inkomen uit aan woonuitgaven. Op de private huurmarkt is dat meer dan de helft. Niet te verwonderen dus dat er 135.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning staan.

 

135.000 mensen op de wachtlijst, hoe verhoudt zich dat tot de helft van de huurders die meer dan 30% van hun inkomen aan huuruitgaven uitgeeft? Met ongeveer 550.000 huishoudens op de private markt, komen we aan nog eens minstens eenzelfde aantal mensen die het moeilijk hebben op de private huurmarkt, maar die niet in aanmerking komen voor een sociale woning.

 

Naast de inspanning die moet gebeuren voor de laagste inkomens door het voorzien van meer sociale woningen, is het dus ook noodzakelijk dat we een kwalitatief en toegankelijk aanbod creëren voor de groep mensen die niet in aanmerking komt. Met het besluit omtrent bescheiden huurwoningen is daar deze legislatuur een eerste aanzet toe gegeven, maar CD&V wilt verdere stappen nemen.

 

Op dit moment wordt te vaak gedaan alsof er een tegengesteld belang is tussen het voorzien van woningen voor de allerlaagste inkomens en het voorzien van woningen voor zij die net boven de huidige inkomensgrenzen zitten (rond de 1600 euro netto/maand voor alleenstaande). Maar eigenlijk kunnen ze elkaar net versterken. Op dit moment kreunen heel wat sociale huisvestingsmaatschappijen immers onder de lage huurinkomsten, die hoe langer hoe minder volstaan om de leninglasten te dragen. Dat zet een rem op potentiële investeringen.

 

Dankzij de iets hogere inkomens, die dus ook een hogere huurprijs zouden betalen (maar minder hoog dan op de private markt) worden nieuwe projecten een stuk haalbaarder. Door sociale huisvestingsmaatschappijen ook te laten investeren in bescheiden woningen, wordt het dus ook haalbaarder om meer sociale woningen te voorzien. Door het aantal bescheiden woningen te beperken tot 20% van de projecten, zorgen we ervoor dat de focus blijft liggen op de laagste inkomens, maar krijgen we toch de nodige verbreding naar mensen die net boven de inkomensgrenzen liggen.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.