CD&V kiest voor Koning Fiets!

27-04-2016

Fietsen is gezond en het goedkoopst. De fiets is ook het functioneelste vervoermiddel in de stad, voor kleinere en langere verplaatsingen, denk maar de opmars van de e-bike.

En toch bekijken teveel mensen de fiets als een recreatieve modus voor (vooral) korte afstanden.

Daar willen we vanaf. CD&V kiest daarom zonder terughoudendheid voor de fiets als prioritair vervoersmiddel voor een zeer groot deel  van onze verplaatsingen. De partij wil de fietsmogelijkheden maximaal opwaarderen en uitbreiden. Op die manier willen we de fiets opwaarderen in functie van woon-schoolverkeer, en nog meer voor woon-werkverkeer. Ook voor andere functionele verplaatsingen is voor de fiets een rol weggelegd. Zeker in combinatie met een goed uitgebouwd openbaar vervoer (als voor- en/of natransport).

Om het draagvlak voor de transitie die we voorstaan inzake de fiets te toetsen, bevroegen we onze partijleden over de fiets en enkele elementen van het fietsbeleid. De resultaten waren ronduit verrassend. Om te beginnen de respons. Meer dan 3000 leden vulden onze enquête in. Maar ook wat geantwoord werd was opmerkelijk.

Daarnaast zochten we inspiratie in onder meer in het Zeelandse Goes, 1 van de 5 genomineerden voor de titel fietsgemeente 2016 van Nederland. In het bescheiden Goes (35.000 inwoners) gebeurt meer dan 50% van de verplaatsingen onder de 7,5 km met de fiets.

Met die vaststellingen in het achterhoofd  ontwikkelden we een aantal beleidsaanbevelingen aan de overheden op alle niveaus.

 

1. Geef de fietsers op belangrijke fietsassen (naar en binnen de kernen) voorrang op andere weggebruikers.

CD&V durft te kiezen voor fietsers. We gunnen hen de kortste en snelste route, willen hen voldoende ruimte én voorrang geven.

We willen onze lokale bestuurders vragen de mobiliteitssituatie van de eigen gemeente, of van de regio tegen het licht te houden en fietsroutes uit te stippelen die de fietser sneller en veiliger naar zijn bestemming krijgen. We zijn ervan overtuigd dat de modal shift dan vanzelf volgt.


2. Geef de overstekende fietsers enkele seconden voorsprong op de rechtsafslaande auto’s

Een concreet voorbeeld hoe we die uitdrukkelijke keuze voor fietsers kunnen hardmaken, is aan de grote kruispunten zowel op gewest- als op gemeentewegen. Op die kruispunten waar afzonderlijke lichten staan voor overstekende fietsers, kan je de overstekende fietsers sneller groen geven. Wachtende fietsers komen dan niet meer in conflict met rechtsafslaande auto’s. Dat verhoogt het fietscomfort en het veiligheidsgevoel aanzienlijk, met minimale impact op de doorstroming.

 

3. Voorzie op belangrijke hoofdhaltes Openbaar Vervoer op het Kernnet, voldoende fietsenstallingen en veilige infrastructuur, ook voor elektrische fietsen

Fietsbeleid hangt niet in het luchtledige. Met de notie basisbereikbaarheid wordt een grondige herdenking van het openbaar vervoersnetwerk voorbereid:

  • Op een nieuw te definiëren kernnet komen snelle belangrijke verbindingen met minder haltes.

  • Die haltes worden dan ook best ruimer uitgebouwd om voor- en natransport met de fiets te stimuleren.

  • Met veilige fietsenstallingen en laadinfrastructuur voor elektrische fietsen verhogen we het comfort voor wie met de fiets de aansluiting met het openbaar vervoer zoekt.

  • Het kernnet moet ook de aansluiting met het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk verzekeren.

  • Op nuttige plaatsen willen we fietsdelen promoten.


4. Voorzie op goed gekozen plaatsen vandalismebestendige fietsherstelkits

Fietsen zijn relatief eenvoudige toestellen. Heel wat fietsers kunnen kleine herstellingen die zich onderweg opdringen zelf uitvoeren. Eens op de fiets heeft natuurlijk niet iedereen het nodige materiaal daarvoor bij zich.  Op goed gekozen plaatsen (aan grote fietsenstallingen en aan belangrijke haltes van het openbaar vervoer en waar openbaar vervoer en fietsverbindingen verknopen) kunnen daarom vandalismebestendige fietsherstelkits ter beschikking worden gesteld. In combinatie met een publieke fietspomp draagt deze kleine maatregel bij tot het comfort van heel wat fietsers.  Een te loszittend zadel of stuur, een slepend wiel, of een lekke of te weinig opgepompte fietsband, kunnen dan in een handomdraai verholpen worden.


5. Verlaag de BTW op fietsinfrastructuur

De score rond de kwaliteit van de fietspaden moet verder omhoog. Met een duidelijke impuls inzake investeringen in fietsinfrastructuur kunnen de hogere overheden een belangrijk verschil maken. Als belangrijkste motivator voor een overstap naar de fiets, moet de appreciatie van onze infrastructuur absoluut omhoog.

De BTW op fietsinfrastructuur ligt vandaag, net als voor alle weginfrastructuur, op 21%. De Europese commissie bereidt een versoepeling voor van de BTW-regels. Ze wil de lidstaten meer ruimte geven in het kader van de nood aan publieke investeringen met een sterk economisch hefboomeffect. Wegeninfrastructuur valt daar zeker onder. Een verlaging van het BTW-percentage voor fietsinfrastructuur betekent een toename van het aantal projecten met +/- 13% binnen hetzelfde budget. Naar analogie met de BTW-verlaging op scholenbouw, die al gevraagd werd sinds 2003 (resolutie Vlaams Parlement), kan deze investeringsbevorderende crisismaatregel met de federale overheid worden overlegd.


6. Moduleer de tussenkomsten van het fietsfonds afhankelijk van de kwaliteit van de dossiers.

Vandaag ondersteunt Vlaanderen, samen met de provincies, lokale besturen die fietspaden en fietsinfrastructuur aanleggen. Beiden dragen elk 40% van die projecten, op voorwaarde dat ze worden uitgevoerd conform de voorbeeldboeken, fietsvademeca en dergelijke.

Dat de lat hoog wordt gelegd als er een dergelijke subsidiebedrag ter beschikking wordt gesteld, is niet meer dan logisch.

Alleen is ook in deze sector is het beste soms de vijand van het goede.

Een vrijliggend fietspad, bijvoorbeeld, dat op 1 plaats de noodzakelijke minimumbreedte niet kan respecteren? Geen subsidie, zelfs al is de gevoelige verbetering van de verkeersveiligheid voor fietsers onweerlegbaar.

CD&V stelt daarom voor om ook ‘minder perfecte’ dossiers subsidieerbaar te maken. Door andere subsidiepercentages te hanteren voor die dossiers die de vademeca en voordeelboeken rigoureus volgen, en dossiers waar daar van afgeweken wordt, kan een belangrijk verschil worden gemaakt.

Voor fietspaden die nauwgezet worden aangelegd conform de vademeca willen we een subsidiëring van 100%. Voor projecten die een grote meerwaarde realiseren voor de fiets- en verkeersveiligheid, maar niet helemaal conform zijn, stellen we een subsidie van 60% voor. Zo stijgt ook de incentive om ideale fietspaden aan te leggen


7. Zet nog meer in op sensibilisering en bewustmaking bij jonge en oudere fietsers. Zeker ook inzake helmdracht en zichtbaarheid.

Fietsveiligheid gaat niet alleen over het beschermen van de fietsers tegen andere weggebruikers. Fietsers moeten ook zichzelf maximaal beschermen. Al blijkt de verplichting van de fietshelm geen sinecure. We moeten (nog) meer inzetten op sensibilisering en bewustmaking. Het onderwijs is daar vandaag al een grote partner voor..


8. Voorzie vergevingsgezinde fietsinfrastructuur

Ook de ‘eenzame fietser’ maakt stuurfouten. Meer en meer worden enkelvoudige fietsongevallen gerapporteerd. Een enkelvoudig ongeval is een ongeval waar geen andere wegebruiker bij betrokken is.

Een goede inrichting van de publieke ruimte houdt rekening met fietsers door vergevingsgezinde fietsinfrastructuur.

Met plooibakens en schuin aflopende boorden rond fietspaden voorkomen we ernstige verwondingen door een kleine onoplettendheid. Fietspaden moeten niet alleen zichtbaar en aantrekkelijk zijn, ze moeten ook aangelegd worden met fietsvriendelijke materialen die slijtvastheid combineren met rijgemak.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.